Boukje Mulder 2021 Stef Kreymborg Textielplus nr. 12

Boukje Mulder 2021 Stef Kreymborg Textielplus nr. 12

Het is vaak textiel waaruit beeldend kunstenaar Stef Kreymborg haar werk opbouwt. Hoewel ze soms papier, takjes, bladeren of dun fineerhout als grondstof gebruikt, wordt ook dan vormgegeven vanuit textiele technieken. De intentie is echter altijd dezelfde: een kunstwerk scheppen waarbij afzonderlijke delen verbinding met elkaar zoeken, een verzameling maken waar vanuit veelheid en diversiteit eenheid ontstaat. Of, zoals ze het zelf omschrijft: ‘Ik zoek naar het wonderlijk samengaan van regelmaat en oneindige variatie, zoals de natuur dat al eeuwenlang doet.’

Na haar opleiding tot docent Textiele werkvormen legde ze zich, naast het lesgeven, toe op het maken van blinddrukken, reliëfdrukken in papier waarbij de vormen door schaduwwerking waargenomen worden. Maar de liefde voor textiel bleef altijd bestaan. Met vouwen, stapelen, stikken, knopen en rangschikken werkte ze in de loop van de jaren gestaag verder aan haar oeuvre.

 

Klaagmuur van eenzame sokken

De impact van haar ‘Klaagmuur van eenzame sokken’ uit 2010 is inmiddels vaak genoemd (en geroemd). Een sok is een onderdeel van een paar, maar waarom verdwijnt er regelmatig een? De oproep voor een eenzame sok via de lokale radio en televisie leverde haar duizenden ‘waswezen’ op. Stefs bedoeling was voor de eenlingen een bijpassende partner te zoeken, maar het werk zocht een eigen vorm: er ontstonden blokken in talloze kleurnuances. Samen vormden ze een monumentale muur die verhaalt over eenzaamheid, maar ook over samenwerking en hoop op verbinding. Een terugkerend thema in haar werk.

De verdwenen sok bleek tot ieders verbazing een wereldwijd herkenbaar fenomeen. De Klaagmuur van eenzame sokken reist nog steeds rond en was onder meer een jaar lang te zien in de Tweede Kamer der Staten Generaal, in de Mesdagcollectie in Den Haag, de Schick Art Gallery in New York en op de Internationale Textiel biënnale in Nantong, China.

 

Repeterende vorm

Draden, takjes, stukjes stof, bladeren, muziekpapier of pluis uit de droger, steeds zoekt Stef naar de juiste basis voor een nieuwe verzameling. Groeivormen en zwermen zijn daarbij de inspiratiebron. Ooit kocht ze een enorme rol zeildoek en begon ermee te experimenteren. Ze beschildert en bestikt het materiaal en vouwt het tot grotere of kleinere schuitjes. Deze, voor haar zo typerende vorm, komt regelmatig terug. De subtiele vouwsels worden bij tien- of honderdtallen op een ondergrond gerangschikt. Soms zijn ze stuk voor stuk op de muur bevestigd, alsof het groeisel daaruit is ontstaan.

Het kleine werkje van katoen, gekleurd met indigo en ossenbloed, ‘Sang plié’, maakte ze voor de tentoonstelling Mini-textiles, ‘Libres comme l’Art’. Ook dit bestaat uit een aantal gevouwen elementjes en werd aangekocht door het Musée d’Angers in Frankrijk. Typisch ‘des Stefs’: stikdraden worden op ongelijke lengte afgeknipt en blijven vervolgens rechtop staan, buigen naar links, naar rechts, of liggen plat. Alsof de wind hen heel even beroerde.

 

Troostmonument

Waar de vele waswezen uiteindelijk samenkwamen in de ‘Klaagmuur van eenzame sokken’, vormden duizenden zakdoeken een jaar later eveneens een monument, zij het van de troost. Zakdoeken waren ooit een onmisbaar attribuut voor man, vrouw of kind, opgeborgen in een tas, een jaszak, onder een kussen. Inmiddels worden ze verdrongen door de papieren wegwerptissues. Maar Stefs oproep om een ouderwetse stoffen zakdoek op te sturen, liefst met een duiding over de herkomst, deed verbazingwekkend veel mensen reageren. Hoe graag ze participeren in ‘communicatiekunst’ was hiermee weer eens bewezen. Een eigen aandeel inbrengen en dat later terugzien in een kunstwerk dat je raakt.

In vogelvlucht kwamen ze binnen, groot en klein, gekreukeld of netjes gevouwen, in prachtige kleuren en motieven. Zakdoeken met een gehaakt randje, geborduurde bloemen of een prachtig monogram, kapotgescheurd of nagelnieuw en vaak met een briefje erbij waarin het levensverhaal van dit specifieke stukje stof werd verteld. Het ging steeds om gekoesterde herinneringen. Soms schrijnend, maar ook berustend, dierbaar en dankbaar. Niet alleen snoot je je neus in een zakdoek, maar daarnaast gaf het troost, werd op een bloedende kinderknie gelegd, ving tranen op bij een graf, bood uitkomst bij een beslagen bril en had altijd een eigen geur en textuur.

Uit al deze eenlingen lukte het Stef wederom een groots werk op te bouwen, letterlijk en figuurlijk. Tot bijna menselijke wezentjes geknoopte lapjes, die samen een golvend, aangrijpend geheel van acht bij twee meter vormden. Al die met elkaar verbonden levens waar we ons soms nauwelijks van bewust zijn, werden op deze manier een gezamenlijk bewegend orgaan. Dit ‘Troostmonument’ werd aangekocht door het Ziekenhuis OLVG West in Amsterdam, waar het nog steeds te bezichtigen is. De meest treffende verhalen werden in een prachtig boekje gebundeld, ‘Van een blauwe zakdoek krijg je geen schrale neus’.

 

Kijkwijf

Van jongs af aan heeft Stef de onbedwingbare behoefte gevoeld om te verzamelen en te ordenen. Potloden werden op kleur of lengte bij elkaar gezocht, papiertjes werden gesorteerd en schelpen, takjes, schroeven, stenen, bestek of botjes ondergingen dezelfde behandeling. ’Eigenlijk doe ik nog steeds hetzelfde als in mijn kindertijd, verzamelingen maken’, aldus Stef. Veel van haar trouvailles komen uit de natuur. Ze stalt ze uit, soms tijdelijk, soms permanent, soms worden ze aangevuld of wordt iets weggenomen, ze schuift er mee tot een compositie is geboren. Haar opmerkingsgave is de basis voor haar kunst gebleken, er ontgaat haar weinig. Een galeriehouder typeerde haar ooit als een echt ‘kijkwijf’.

Ze is ongetwijfeld beïnvloed door de uitgelezen smaak van haar ouders. Haar vader, Lou Kreymborg, bouwde vanaf de jaren 50 en 60 een grote naam op met de import van bijzondere meubelen en gordijnstoffen. Nog steeds gebruikt Stef de oude stalenboeken voor nieuw werk. Altijd gewapend met een camera, fotografeert ze wat haar raakt, duizenden indrukwekkende foto’s tonen haar zicht op de natuur en de cultuur. Ze legt een brokkelige muur vast, repeterende mosjes tussen de stenen, opgerolde scheepstouwen op een verlaten kade, een wirwar aan takken, stapels met plastic kratten, bladeren in talloze kleuren groen of een rij kussentjes, gehaakt door haar moeder. Het zijn beelden die je graag zelf gemaakt zou willen hebben. Hoe geïnteresseerd ze ook is in de mens, op haar foto’s en in haar werk zal je ze niet tegenkomen. Stef toont ons het individu en de massa op haar eigen manier.

 

Houten brief

Een voorbeeld van wat ze vermag met kleine takjes uit het bos: ze legt de twijgjes op een houten ondergrond in een ritme waardoor het beeld van een geschreven tekst ontstaat. In een onleesbaar schrift met woorden en zinnen, met een aanhef en een afsluiting, schrijft ze een fascinerend verhaal. Op groot formaat hangt een brief van drie kantjes in haar keuken, onwillekeurig probeer je de woorden te lezen, er is geen ontkomen aan.

 

IJsselsalon

Jarenlang woonde Stef met haar man Remko, hoornist en twee dochters in Amstelveen. Haar gevoel voor ordening en het maken van reeksen paste ze zelfs in het huishouden. toe. De was drogen werd leuk door alles op kleur en grootte aan de lijn te hangen, koken heerlijk door het spannend samenvoegen van verschillende smaken en texturen. Daarnaast was en bleef ze de bijzonder gedreven kunstenaar die regelmatig in opdracht werkte en exposeerde.

In 2015 werd hun lang gekoesterde wens werkelijkheid met de aankoop van een monumentaal herenhuis uit 1890 aan de IJsselkade in Zutphen. Het pand leende zich perfect voor beider ambitie. Zo kwam de IJsselsalon tot stand, een grote ruimte op de begane grond met zicht op de IJssel. Beeldend kunstenaars, musici, schrijvers en dichters uit binnen- en buitenland ontmoeten er  elkaar en hun publiek in een prettige ambiance. Toen Remko in 2018 volstrekt onverwacht overleed zette Stef de IJsselsalon ook uit zijn naam voort.